Geschiedenis

Op de plaats van het huidige proeflokaal werd in 1341 een van de eerste stenen stadspoorten van Nederland gebouwd: de Sint Olofspoort. Omstreeks 1440 werd de nu nog bestaande Olofskapel tegen de poort aangebouwd. De Olofspoort en de Olofskapel zijn vernoemd naar de Noorse beschermheilige van steden, Sint Olof (van o.a. Oslo), als een eerbetoon en dankbetuiging aan alle Noorse zeelieden die vanuit het hoge noorden tienduizenden bomen aanvoerden die als heipalen werden gebruikt voor de opbouw van de stad Amsterdam.

 

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de Olofspoort ook gebruikt als gevangenis voor Spaanse krijgsgevangenen. Na de stadsuitbreiding van 1425 had de poort al geen functie meer als stadspoort en in 1618 werd besloten deze af te breken.Tegelijkertijd werd aan de stads-architect Hendrick de Keyser de opdracht gegeven om het huidige pand Nieuwebrugsteeg 13 op deze plaats te bouwen. Het pand werd in allereerst in gebruik genomen door een Hoede Kramer, pas later maakte een suikerbroodbakker er zijn lompbroodjes (zie afbeelding gevelsteen).

 

 

 

Tijdens de laatste renovatie van de gevelsteen werd "In de Jonge Hoede Kramer" ontdekt. Later werd de benedenverdieping van het pand doorgetrokken met het reeds in 1602 gebouwde achterhuis, dat oorspronkelijk de naam Het Hamburger Convooy droeg, ter ere van de Hamburgers die hun bieren naar Amsterdam transporteerden, omdat hier slechts scharrebier (van slechte kwaliteit) gemaakt werd.

 

Later werd deze “gelaghkamer” omgedoopt tot Het dorstige hart. Het pand heeft eeuwenlang gefungeerd als (suiker)broodbakkerij. In 1988 kreeg het zijn huidige functie als proeflokaal voor ambachtelijk gestookte jenevers en likeuren.

 

Sinds 1918 is het pand eigendom van de Vereniging Hendrick de Keyser.